Zo richt je twee zeecontainers in als werkplaats
1. Bepaal eerst hoeveel vrije werkruimte je nodig hebt
De benodigde maat wordt niet alleen bepaald door de lengte van de containers. Kijk vooral naar wat er in de werkplaats moet passen.
Denk daarbij aan:
het aantal mensen dat er tegelijk werkt;
de afmetingen van werkbanken en machines;
de ruimte om materiaal te draaien of neer te leggen;
de breedte en hoogte van voertuigen;
de benodigde hoogte en vrije ruimte voor kiepen, bijvoorbeeld van een kipper, shovelbak of container;
de draaicirkel van een heftruck of shovel;
de benodigde looproutes;
de ruimte die geopende containerdeuren innemen.
Een lege ruimte lijkt al snel groot genoeg. Zodra er werkbanken, pallets, machines en materiaal in staan, blijft er vaak minder vrije ruimte over dan verwacht.
2. Kies de juiste positie van de containers
De meest voorkomende opstelling is twee containers parallel aan elkaar, met de containers aan de buitenzijde van de overkapping. Zo blijft de volledige ruimte tussen de containers vrij als werk- of opslagruimte.
Je kunt de overkapping ook verder over de containers heen plaatsen. Daarmee staan de containers zelf meer beschut, maar verandert ook de hoeveelheid vrije ruimte onder de overkapping.
Bepaal daarom vooraf wat voor jouw situatie belangrijker is: zoveel mogelijk vrije ruimte tussen de containers of juist meer beschutting van de containers zelf. De positie van de containers bepaalt uiteindelijk hoe je de beschikbare ruimte het beste benut.
3. Bepaal waar de containerdeuren komen
De positie van de deuren heeft veel invloed op het dagelijks gebruik van de werkplaats.
Deuren naar binnen gericht
Wanneer de containerdeuren naar de werkruimte openen, heb je vanuit de werkplaats direct toegang tot gereedschap en materiaal. Dat werkt prettig wanneer medewerkers vaak spullen uit de containers nodig hebben.
Houd er wel rekening mee dat geopende deuren ruimte innemen. Ze kunnen een looproute blokkeren of de vrije breedte van de werkplaats beperken.
Deuren naar buiten gericht
Met de deuren aan de buitenzijde blijft de ruimte onder de overkapping zo vrij mogelijk. Dit is handig wanneer je de volledige breedte nodig hebt voor machines, voertuigen of grote materialen.
Het nadeel is dat medewerkers om de containers heen moeten lopen om bij de opslag te komen.
Welke richting het beste werkt, hangt dus af van de werkzaamheden. Directe toegang tot de opslag is niet altijd belangrijker dan een vrije werkvloer.
4. Kies een maat die past bij de toepassing
Zeecontainers komen veel voor in lengtes van ongeveer 6 en 12 meter. Daardoor sluiten overkappingen met een lengte van 6 of 12 meter vaak logisch aan op een opstelling met 20 ft- of 40 ft-containers.
De benodigde breedte hangt af van de gewenste vrije ruimte tussen de containers.
Voor een compacte werkplek met een werkbank en handgereedschap kan een relatief smalle overspanning (4-6m) voldoende zijn. Moeten er voertuigen, grote machines of meerdere werkplekken naast elkaar komen? Dan is meer vrije breedte nodig (8m+).
Let ook op de hoogte. Een opstelling die geschikt is voor handmatig montagewerk kan te laag zijn voor een kraanarm, kiepende laadbak of hoog voertuig. Meet daarom altijd de hoogste positie van het materieel dat onder de overkapping komt.
5. Bepaal hoe open of gesloten de werkplaats moet worden
Niet iedere werkplaats hoeft volledig afgesloten te zijn. Een open overkapping geeft maximale toegankelijkheid en ventilatie. Bij harde wind en slagregen kan er aan de open zijden wel neerslag naar binnen komen.
Met een achterwand creëer je meer beschutting, terwijl de voorzijde toegankelijk blijft voor voertuigen en materiaal. Wil je de werkruimte verder kunnen afsluiten? Dan kun je ook kiezen voor een voorwand met een deur.
6. Regel de afwatering
Een dak houdt een groot deel van de regen tegen, maar het water moet daarna wel ergens heen. Zonder goede afwatering kan het zich naast de containers of voor de ingang verzamelen.
Controleer daarom de helling van het terrein en kijk waar het regenwater naartoe stroomt. Afhankelijk van de locatie kan een regengoot helpen om het water gecontroleerd af te voeren.
7. Denk aan verlichting, stroom en veilig gebruik
Onder een overkapping is overdag meestal meer daglicht dan in een container. Toch kan aanvullende verlichting nodig zijn, zeker bij een gesloten achterwand of tijdens de wintermaanden.
Bepaal vooraf waar werkbanken, machines en stopcontacten komen. Zo voorkom je losse verlengkabels door loop- en rijroutes. Laat elektrische voorzieningen uitvoeren op een manier die geschikt is voor de omgeving en het gebruik.
Let daarnaast op de werkzaamheden die je in de ruimte wilt uitvoeren. Een overkapping maakt een werkplek droog, maar verandert deze niet automatisch in een veilige ruimte voor iedere activiteit.
Bij werkzaamheden met vuur, hitte, stof, dampen, chemicaliën of uitlaatgassen kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn. Laat deze risico’s beoordelen binnen de eigen RI&E en bedrijfsveiligheidsregels.