Veel ondernemers gaan ervan uit dat ze goed zitten zodra hun vergunning rond is. Logisch, want een vergunning bevestigt toch dat je voldoet aan de regels? In de praktijk blijkt dit geen garantie. Zeker bij milieuwetgeving en opslag van gevaarlijke stoffen gelden er vaak aanvullende of veranderende eisen die niet expliciet in de vergunning staan. Dat bleek uit een recente zaak in de afvalverwerking, waarbij een bedrijf alsnog werd geconfronteerd met een dwangsom.
Een dwangsom ondanks een geldige vergunning
Een afvalverwerkingsbedrijf kreeg onlangs een dwangsom opgelegd vanwege de manier waarop shredderresidu werd opgeslagen. Het opmerkelijke? Het bedrijf beschikte over alle benodigde vergunningen. Toch vond de toezichthouder dat de situatie niet voldeed aan de actuele milieunormen en daarmee een overtreding vormde van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). De organisatie moest direct aanpassingen doen en kreeg bovendien een boete opgelegd.
Volgens de toezichthouder voldeed het bedrijf niet aan de regels omdat:
het shredderresidu in de open lucht werd opgeslagen;
er broei en meerdere branden ontstonden;
het blus- en koelwater risico’s opleverde voor vervuiling van lucht, water en bodem;
hiermee niet werd voldaan aan de wettelijke zorgplicht voor het milieu, zoals vastgelegd in het BAL.